Sophie de Vries· Dochter
Elke zondagochtend stond Jan Willem al vroeg in de keuken. Hij had een vast ritueel: eerst koffie zetten, dan de radio aan op Radio 2, en dan beginnen met het beslag. Wij mochten kiezen wat erin ging — rozijnen, appel, spek. Ik koos altijd appel met kaneel. Hij zei dan: "Een goede dag begint met een goede pannnenkoek, Sophie." Die zondagen mis ik het meest.
“Een goede dag begint met een goede pannnenkoek, Sophie.”
Sophie de Vries· Dochter
Ik was zeven jaar en bang om te vallen. Papa hield de bagagedrager vast terwijl ik pedaalde, steeds sneller. Op een gegeven moment riep hij: "Je rijdt al alleen!" En inderdaad, hij was al een eind terug blijven staan. Ik had het zelf niet eens gemerkt. Dat was zijn manier van lesgeven — gewoon loslaten op het juiste moment.
Sophie de Vries· Dochter
Toen ik mijn diploma ontving keek ik de zaal in en zag ik papa staan — hij kon niet meer zitten van emotie. Hij filmde alles met zijn telefoon, dwars om, en achteraf was er alleen maar zijn trui in beeld. Maar zijn gezicht die dag vergeet ik nooit. Na afloop zei hij niets. Hij sloeg zijn armen om me heen en hield me lang vast.
Sophie de Vries· Dochter
Elk jaar gingen we met z'n vieren naar de Ardennen. Papa had altijd een wandelroute uitgestippeld die net iets te lang was. We klaagden de hele weg, maar hij liep vrolijk voorop met zijn wandelstokken en een thermoskan koffie. Boven op de heuvel zei hij dan altijd: "Zie je wel, helemaal de moeite waard." En hij had gelijk.
“Zie je wel, helemaal de moeite waard.”
Tim de Vries· Zoon
Papa stond bij elk wedstrijdje langs de lijn. Niet schreeuwen, niet aanwijzingen geven — gewoon kijken en knikken. Als ik scoorde zag ik hem glimlachen en heel subtiel met zijn vuist pompen. Nooit overdreven. Dat was zijn stijl. Na afloop analyseerde hij rustig wat goed ging. Ik leerde meer van zijn stilte dan van elk commentaar.
“Stilte van de goede persoon zegt meer dan lawaai van de verkeerde.”
Tim de Vries· Zoon
Papa had een schuur vol gereedschap dat netjes aan de muur hing. Alles had z'n vaste plek, omlijnd met een stift zodat je precies wist waar het terug moest. Op een zaterdag leerde hij me een vogelhuis bouwen. Hij was geduldig, correcteerde zonder te bekritiseren. "Hout heeft altijd gelijk," zei hij.
“Hout heeft altijd gelijk.”
Tim de Vries· Zoon
Ik was achttien en had een groot besluit genomen over mijn studie. Ik verwachtte discussie, maar papa schoof zijn krant opzij, schonk ons allebei koffie in en luisterde. Pas aan het einde zei hij: "Als jij dit zeker weet, dan weet ik het ook." Dat gaf me meer zelfvertrouwen dan hij ooit heeft geweten.
“Als jij dit zeker weet, dan weet ik het ook.”
Tim de Vries· Zoon
Op heldere winteravonden haalde papa de sterrenkijker uit de kelder. Dan lagen we op tuinstoelen met dikke jassen aan en keek hij me door het oculair hoe ik Orion, de Grote Beer en Jupiter zocht. Hij kende elke naam. De wereld werd ineens heel groot en tegelijk heel veilig.
Lisa de Vries· Dochter
Papa en ik speelden elke woensdagavond schaak. In het begin won hij altijd — snel, zonder pardon. Maar hij legde altijd uit waarom een zet fout was. Nooit neerbuigend, altijd uitnodigend. Toen ik voor het eerst won keek hij me aan en zei: "Nu ben ik klaar." Ik wist dat hij het meende als compliment.
“Nu ben ik klaar.”
Lisa de Vries· Dochter
Mama was een avond weg en papa zette de platenspeler aan — Bossa Nova, altijd Bossa Nova. Hij danste met me door de woonkamer, een hand op mijn rug, de andere omhoog. Hij neuriede mee. Ik was negen. Het was de mooiste avond die ik me als kind herinner.
Lisa de Vries· Dochter
Op de ochtend van mijn trouwdag lag er een envelop op mijn kamer. Handgeschreven, drie A4-tjes vol. Hij schreef over de dag dat ik geboren werd, over alles wat hij trots op me was, en over hoe blij hij was dat ik iemand gevonden had die van me hield. Ik moest mijn make-up opnieuw doen.
Marieke de Vries-Bakker· Echtgenote
We ontmoetten elkaar op een feestje in 1984. Hij stond in een hoekje met een biertje en een boek — op een feestje! Ik liep op hem af en vroeg wat hij las. Hij keek op en zei: "Iets wat minder interessant is dan dit gesprek gaat worden." Ik ben nooit meer weggegaan.
“Iets wat minder interessant is dan dit gesprek gaat worden.”
Marieke de Vries-Bakker· Echtgenote
Elke ochtend was hetzelfde: opstaan om zes uur, douche, koffiezetten, krant. Hij las de krant van voor tot achter — ook de advertenties. Als ik vroeg waarom, zei hij: "Je weet nooit wat je mist." Negenendertig jaar lang hetzelfde ritueel. Ik vind het nu bijna onmogelijk stil in huis 's ochtends.
“Je weet nooit wat je mist.”
Marieke de Vries-Bakker· Echtgenote
Jan Willem kon prachtig fluiten, maar zingen deed hij vreselijk vals. Hij wist het ook. Maar in de auto zong hij gewoon mee, vol overgave, helemaal niet verlegen. "Wie hoort het hier?" zei hij dan. De kinderen verstopten zich op de achterbank. Ik moest altijd lachen.
“Wie hoort het hier?”
Marieke de Vries-Bakker· Echtgenote
Tim had als baby hoge koorts. We waren allebei wakker, bang. Jan Willem zat de hele nacht op de grond naast het bedje, zijn hand op de borst van Tim. Hij sliep niet, praatte zachtjes. Ik keek vanuit de deuropening en dacht: dit is de man met wie ik oud wil worden.
Marieke de Vries-Bakker· Echtgenote
Hij had in het geheim een weekend georganiseerd naar Parijs — het eerste zonder kinderen. Hij had alles geregeld: trein, hotel, restaurant. Ik vroeg hoe lang hij dit al gepland had. "Vanaf het moment dat we trouwden," zei hij. Ik geloofde hem.
“Vanaf het moment dat we trouwden.”
Marieke de Vries-Bakker· Echtgenote
Het laatste jaar was zwaar, maar Jan Willem behield zijn gevoel voor humor tot het einde. Op een van de moeilijkste dagen keek hij me aan en zei: "Marieke, we hebben een goed leven gehad." Ik kon niets zeggen. Ik knikte. Dat was genoeg.
“Marieke, we hebben een goed leven gehad.”
Henk de Vries· Broer
Als kinderen hadden Jan Willem en ik een eigen taal — een mengeling van woorden die we zelf hadden bedacht. Onze ouders begrepen er niks van. We konden aan tafel dingen zeggen die de volwassenen niet snapten. Later lachten we er nog weleens om. Die geheime verbinding had hij altijd, ook als we elkaar lang niet hadden gezien.
“Ik doe niks. Jij doet het zelf.”
Henk de Vries· Broer
Elke zomer gingen we zes weken naar opa en oma in Drenthe. Jan Willem en ik sliepen op één kamer, een matras op de grond. We lazen met zaklantaarns onder de dekens, maakten plannen die we nooit uitvoerden, en praatten tot het licht werd. Die zomers waren de gelukkigste van mijn leven.
Henk de Vries· Broer
Wanneer ik ergens mee worstelde belde ik Jan Willem. Niet voor advies — hij gaf zelden advies. Maar hij luisterde zo goed dat ik aan het einde van het gesprek zelf het antwoord had gevonden. "Ik doe niks," zei hij dan. "Jij doet het zelf." Misschien was dat zijn grootste talent.
Joke de Vries-Smit· Zwagerin
Bij elk familiediner wachtte iedereen stiekem op het moment dat Jan Willem een opmerking zou maken. Hij had een timing als een comedian — altijd op het verkeerde moment, altijd raak. Henk en hij konden elkaar compleet in de lach brengen met één blik. Die tafelgesprekken mis ik al.
Joke de Vries-Smit· Zwagerin
Toen mijn moeder ziek was, reed Jan Willem haar elke week naar het ziekenhuis. Niet één keer gevraagd — hij bood het gewoon aan en hield het vol. Maanden lang. Hij vroeg er nooit iets voor terug en noemde het nooit. Zo was Jan Willem: stille daden.
Ria de Vries· Moeder
Jan Willem was als kind een dromer. Hij kon urenlang buiten zitten en kijken naar de wolken. Ik vroeg hem weleens: "Jan Willem, wat denk jij toch?" Dan zei hij: "Dat vertel ik u later wel, mama." Ik heb nooit al zijn antwoorden gekregen. Maar hij was een bijzonder kind en hij werd een bijzonder mens.
“Dat vertel ik u later wel, mama.”
Ria de Vries· Moeder
Toen zijn vader ziek werd, nam Jan Willem alles over zonder te klagen. De tuin, het onderhoud, de administratie. Hij was de eerste die belde, de laatste die ophing. Kinderen verrassen je. Ik was al trots op hem, maar toen werd ik dat nog meer.
Piet Bakker· Zwager
Met kerst speelden we altijd bordspellen. Jan Willem nam het serieuzer dan wie dan ook — hij had een strategie voor elk spel. Maar als hij verloor was hij ook de eerste die lachte. "Volgende jaar pak ik jullie," zei hij dan. Elke keer hetzelfde. En ja, de volgende keer won hij dan ook.
“Volgende jaar pak ik jullie.”
Piet Bakker· Zwager
Toen ik mijn baan verloor belde ik Jan Willem. Hij luisterde een kwartier lang, stelde vragen, en zei toen: "Piet, de beste stap die je ooit neemt is de stap die je zelf kiest." Die zin heeft me er doorheen geholpen.
“De beste stap die je ooit neemt is de stap die je zelf kiest.”
Marco Visser· Vriend (studietijd)
In 1986 reden Jan Willem en ik met een gammele camper door Schotland. De verwarming werkte niet, de radio werkte niet, maar we hadden cassettebandjes. We werden drie keer gestrand langs de weg en lachten er drie keer om. Die reis duurde drie weken en voelde als drie jaar. De beste drie weken van mijn twintigerjaren.
Marco Visser· Vriend (studietijd)
Tijdens mijn scheiding belde Jan Willem me elke week. Niet om te praten over de scheiding — gewoon om te vragen hoe het ging. Soms gingen we biljarten of een biertje drinken. Hij maakte het normaal terwijl niets normaal voelde. Dat is een echte vriend.
Marco Visser· Vriend (studietijd)
We visten elk jaar samen, al decennia lang. Jan Willem ving nooit iets — nou ja, zelden. Maar dat was niet het punt. We zaten in stilte, soms urenlang, en dat voelde als het beste gesprek ter wereld. "Vissen is een excuus om niks te hoeven doen," zei hij. Dat was zijn levensfilosofie in één zin.
“Vissen is een excuus om niks te hoeven doen.”
Marco Visser· Vriend (studietijd)
Op mijn vijftigste verjaardag hield Jan Willem een speech. Hij had het zorgvuldig voorbereid — aantekeningen op een bierviltje. Het was hilarisch en ontroerend tegelijk. Aan het einde zei hij: "Marco, jij bent de reden dat ik weet dat vriendschap geen uitleg nodig heeft." Er was geen droog oog in de zaal.
“Jij bent de reden dat ik weet dat vriendschap geen uitleg nodig heeft.”
Stefan Janssen· Vriend (buurt)
Jan Willem en ik waren buren voor dertig jaar. We spraken elkaar soms dagelijks — over de heg, bij de brievenbus, tijdens het onkruid wieden. Die gesprekken waren kort maar onmisbaar. Hij had altijd iets interessants te zeggen over gewone dingen. Ik ga de heg missen.
Stefan Janssen· Vriend (buurt)
We hebben samen een overkapping gebouwd in zijn tuin. Jan Willem had het plan uitgestippeld op een A3-vel, met maten en alles. Ik twijfelde maar hij had vertrouwen. Na twee weekenden stond hij er — iets scheef, maar hij stond. "Dat geeft karakter," zei Jan Willem.
“Dat geeft karakter.”
Stefan Janssen· Vriend (buurt)
Elke zomer organiseerde Jan Willem een buurtbarbecue. Hij deed alles zelf: inkopen, marinades de dag ervoor, vlees op het juiste moment. Hij stond de hele avond achter de barbecue, bier in de hand, en praatte met iedereen. Als hij klaar was zaten alle anderen al loom op stoelen. Zo was hij.
“Een goede barbecue gaat niet over het vlees. Het gaat om wie er omheen staat.”
Karin Peters· Vriendin (studietijd)
Jan Willem en ik zaten altijd in dezelfde hoek van de bibliotheek tijdens tentamens. Hij maakte aantekeningen met drie kleuren pen, had altijd een Sultana-koekje bij zich en deelde nooit. Eén keer per uur keek hij op, zei iets absurds grappigs, en dook dan weer in zijn boeken. Het hielp enorm.
Karin Peters· Vriendin (studietijd)
Op een avond belde ik hem huilend op — ik weet niet meer waarom. Hij luisterde, zei niks lang. Daarna zei hij: "Karin, dit voelt nu heel groot. Maar jij bent groter." Die zin bewaar ik nog steeds.
“Dit voelt nu heel groot. Maar jij bent groter.”
Karin Peters· Vriendin (studietijd)
Bij elk bezoek aan zijn huis liep ik langs zijn boekenkast. Jan Willem las álles: filosofie, thrillers, geschiedenis, kookboeken. En elk boek had ezelsoren en potloodaantekeningen in de marge. "Een boek ongelezen laten is als een gesprek halverwege stoppen," zei hij. Ik heb die zin overgenomen.
“Een boek ongelezen laten is als een gesprek halverwege stoppen.”
Bas van den Berg· Vriend (sport)
Twintig jaar lang speelden Jan Willem en ik elke dinsdagavond squash. Hij won zelden — ik ben eerlijk. Maar hij gaf nooit op. Na afloop gingen we een biertje drinken en dan analyseerde hij de wedstrijd als een voetbaltrainer. Tactiek, timing, mentale kracht. Ik hield hem nooit tegen.
“Verliezen doet pijn. Ophouden doet meer pijn.”
Bas van den Berg· Vriend (sport)
We fietsten drie dagen door de Vogezen met te zware tassen. Jan Willem had té veel boeken meegenomen — hij gaf het pas toe op de tweede berg. Op de top zetten we de fietsen neer, keken over het dal en zwegen. Dat soort moment heeft geen woorden nodig.
Bas van den Berg· Vriend (sport)
Toen mijn vader overleed regelde Jan Willem zonder iets te vragen een vlucht voor me. Ik was in Spanje voor werk en kon niet snel genoeg terug. Hij belde luchtvaartmaatschappijen, regelde het, en stuurde me het ticket. Ik heb hem nooit gevraagd hoeveel het kostte.
Yvonne Koopmans· Vriendin
Jaren lang dronken we 's ochtends koffie na het schoolbrengen. Jan Willem was er soms ook bij, op zijn vrije dag. Hij bracht altijd zelfgebakken cake mee — elke keer een ander recept. Hij noemde het "experimenteel bakken". Het was soms vreemd, maar altijd lekker.
Yvonne Koopmans· Vriendin
Ik vroeg Jan Willem wat hij zou doen aan de keuken. Hij tekende een plattegrond op een servetje, stelde de juiste vragen en zei: "Yvonne, kies wat jij mooi vindt, want jij leeft er in." Die simpele zin stuurde me in de goede richting.
“Kies wat jij mooi vindt, want jij leeft er in.”
Thomas Mulder· Vriend (vereniging)
Jan Willem en ik waren jarenlang in hetzelfde quizteam. Hij was onze specialist op het gebied van geschiedenis en sport — maar hij wist verrassend veel van popmuziek uit de jaren tachtig. Met hem erbij wonnen we vaker. Zonder hem was de kroeg ook een stuk stiller.
Thomas Mulder· Vriend (vereniging)
Jan Willem zei eens, na een biertje te veel: "Thomas, je hoeft niet alles te begrijpen. Je hoeft het alleen maar te beleven." Ik heb dat sindsdien aan me meegedragen.
“Je hoeft niet alles te begrijpen. Je hoeft het alleen maar te beleven.”
Nathalie de Boer· Vriendin (yoga)
Ik had Jan Willem ooit verteld dat ik mijn huis graag wat vrolijker wilde. Weken later stond hij op de stoep met een ingelijste aquarel die hij zelf had geschilderd — mijn straat in de herfst. Ik had niet eens geweten dat hij schilderde.
Nathalie de Boer· Vriendin (yoga)
We wandelden soms samen door het bos bij Baarn. Jan Willem was stil op die momenten, maar aanwezig. Hij wees dingen aan die ik niet zag: paddestoelen, vogels, lichtval. Hij keek anders dan andere mensen. Aandachtiger, langzamer. Ik ben anders gaan wandelen door hem.
Rolf Vermeer· Collega (25 jaar samen)
We hadden maanden aan het voorstel gewerkt. De ochtend van de presentatie was Jan Willem rustig — bijna onnatuurlijk rustig. Hij zei: "Rolf, als we goed werk hebben gedaan, dan doet het verhaal het zelf." En hij had gelijk. We kregen het project.
“Als we goed werk hebben gedaan, dan doet het verhaal het zelf.”
Rolf Vermeer· Collega (25 jaar samen)
Jan Willem beweerde dat hij wist waar alles lag op zijn bureau. "Creatieve chaos," noemde hij het. En verbazingwekkend genoeg vond hij altijd precies wat hij zocht binnen tien seconden. Ik begrijp het nog steeds niet.
Rolf Vermeer· Collega (25 jaar samen)
Eén keer werd mijn werk ten onrechte bekritiseerd in een grote vergadering. Jan Willem nam het woord — rustig, zakelijk, maar met kracht. Hij legde uit wat er gedaan was en waarom het goed was. Na afloop zei hij alleen: "Dat klopte niet." Punt uit.
Rolf Vermeer· Collega (25 jaar samen)
Elke vrijdag liepen we een rondje door de binnenstad tijdens de lunch. Geen agenda, geen werkgesprekken — gewoon lopen en praten. Over van alles. Over niks. Die vrijdagen waren het hoogtepunt van mijn werkweek.
Sandra Hoek· Collega (communicatie)
Jan Willem had de gave om met één opmerking een vastzittende vergadering open te breken. Niet door hard te zijn, maar door de juiste vraag op het juiste moment te stellen. "Wat als we het anders bekijken?" Simpel, maar effectief. Ik mis hem elke vergadering.
“Wat als we het anders bekijken?”
Sandra Hoek· Collega (communicatie)
Toen onze collega Joop met pensioen ging, regelde Jan Willem het cadeau. Hij had iedereen persoonlijk gevraagd een herinnering op te schrijven, die hij bundelde in een klein boekje. Niemand had hem hierom gevraagd. Joop huilde ervan. Dat was Jan Willem: onzichtbare zorg.
Edwin Groot· Oud-collega
Jan Willem was de eerste die me welkom heette op mijn eerste dag. Hij gaf me een rondleiding, liet me zien waar de koffie stond, en introduceerde me bij iedereen bij hun voornaam. Aan het einde van de dag voelde ik me geen nieuweling meer. Dat was zijn gave.
Edwin Groot· Oud-collega
Jan Willem was mijn leidinggevende een periode. In mijn beoordeling was hij eerlijk maar opbouwend. Hij zei precies wat er beter kon — en ook precies wat al goed was. Ik heb die manier van feedback geven altijd onthouden en geprobeerd toe te passen.
Petra Lammers· Collega (projectteam)
We hadden een strakke deadline voor een grote klant. Jan Willem bleef tot middernacht op kantoor, drie avonden op rij. Hij bestelde pizza voor het hele team, draaide muziek op en zorgde dat niemand het gevoel had alleen te staan. Die deadline haalden we.
Petra Lammers· Collega (projectteam)
Na een project waarbij we haast hadden gezegd Jan Willem: "Snel en goed tegelijk bestaat. Maar alleen als je al heel lang oefent." Ik heb dat boven mijn bureau hangen.
“Snel en goed tegelijk bestaat. Maar alleen als je al heel lang oefent.”
Frank Dijk· Leidinggevende
In twintig jaar leidinggeven heb ik veel mensen zien komen en gaan. Jan Willem was anders. Hij vroeg nooit om erkenning, maar gaf altijd meer dan verwacht. Hij maakte de mensen om hem heen beter. Dat is de zeldzaamste kwaliteit die er is in een organisatie.
“Erkenning zoek je niet. Je verdient het door het niet te zoeken.”
Frank Dijk· Leidinggevende
Jan Willem hield een toespraak bij ons zomerfeest nadat we een moeilijk jaar achter de rug hadden. Hij sprak kort maar raak. Geen managementtaal, gewoon menselijke woorden. Er werd gelachen én geknikt. Daarna zei een collega: "Zó moeten alle speeches zijn."
Mirjam Thijs· Collega (HR)
In een drukke werkomgeving nam Jan Willem altijd de tijd. Voor een gesprek, voor een vraag, voor een lach. Hij liep niet snel langs als je iets op je gezicht had staan. "Hoe gaat het écht?" was zijn standaardvraag. En hij wachtte op het echte antwoord.
“Hoe gaat het écht?”
Mirjam Thijs· Collega (HR)
Toen ik van afdeling wisselde schreef Jan Willem me een handgeschreven kaartje. Vier regels. Maar zo persoonlijk dat ik het bewaarde. Ik heb het nog steeds in mijn bureaulade.
Mirjam Thijs· Collega (HR)
De DJ van onze kerstborrel viel uit. Jan Willem stond rustig op, liep naar de laptop, opende Spotify en maakte ter plekke een playlist. Twee uur lang perfecte muziek — niet te hard, niet te zacht, altijd het juiste nummer op het juiste moment. Niemand miste de DJ.
“Muziek is geen achtergrond. Muziek is de stemming.”
Dirk van Leeuwen· Vriend (voetbalclub)
Jan Willem floot jaren lang wedstrijden bij de jeugdteams van de club. Hij was geduldig, rechtvaardig, en legde na elke beslissing kort uit waarom. Kinderen respecteerden hem. Ouders ook, wat minder vanzelfsprekend is. Hij deed het puur voor de sport.
Dirk van Leeuwen· Vriend (voetbalclub)
Jan Willem hielp jarenlang mee in de kantine op zaterdag. Soep trekken, broodjes smeren, koffie zetten. Hij deed het anoniem, vroeg er nooit aandacht voor. Op zijn zeventigste verjaardag hing er een spandoek van de club: "Jan Willem, 20 jaar hart van de kantine." Hij werd vuurrood.
Dirk van Leeuwen· Vriend (voetbalclub)
We verloren de finale met één goal verschil. Iedereen was stil in de kleedkamer. Jan Willem zei: "Jongens, je verliest alleen als je ophoudt te proberen. Vandaag hebben jullie dat niet gedaan." Dat maakte het net iets draaglijker.
“Je verliest alleen als je ophoudt te proberen.”
Marijke Prins· Buur
Jan Willem had een prachtige tuin. Hij stond elk weekend te werken: snoeien, planten, mesten. Maar wat hem onderscheidde was dat hij altijd planten meegaf aan de buren. Stekjes, zaadjes, bollen. "Een tuin is mooier als hij verdeeld is," zei hij.
“Een tuin is mooier als hij verdeeld is.”
Marijke Prins· Buur
Na de grote storm van 2023 lagen er takken in mijn tuin en was mijn schutting beschadigd. Jan Willem stond er de volgende ochtend met gereedschap. Ik had niets gevraagd. Hij had de schade gewoon gezien en was gekomen.
Floris Koning· Jongere collega
Ik begon jong bij het bedrijf en Jan Willem nam me onder zijn hoede zonder dat iemand hem dat vroeg. Hij liet me meekijken, stelde vragen zodat ik zelf nadacht, en gaf me ruimte om fouten te maken. "Fouten zijn de beste leraren, maar alleen als je ze aanneemt," zei hij.
“Fouten zijn de beste leraren, maar alleen als je ze aanneemt.”
Floris Koning· Jongere collega
Toen ik promoveerde was Jan Willem de eerste die me feliciteerde. En hij deed het zo oprecht dat ik er een beetje verlegen van werd. "Dit had ik al eerder zien aankomen," zei hij. Die zin voelde als de beste bevestiging die ik had kunnen krijgen.
“Dit had ik al eerder zien aankomen.”
Charlotte van Dam· Vriendin
Als je bij Jan Willem op bezoek kwam stond hij al bij de voordeur voordat je had aangebeld. Hij nam je jas aan, vroeg wat je wilde drinken en had altijd iets lekkers in huis. Je voelde je welkom voor je goed en wel binnen was.
Charlotte van Dam· Vriendin
Jan Willem las een gedicht voor tijdens onze trouwceremonie. Hij had het zelf geschreven, wat we niet wisten. Het was prachtig — eenvoudig maar raak. Iedereen in de kerk was stil. Ik heb het nog steeds liggen.
René Smeets· Sportmaatje (hardlopen)
We hadden afgesproken om te hardlopen, ongeacht het weer. Jan Willem stond om zes uur klaar bij de deur — in de regen, soms in de kou. Nooit een sms: "zullen we maar niet?" Hij nam afspraken serieus. Meer dan de meeste mensen dat doen.
“Een afspraak is een afspraak — ook als het regent.”
René Smeets· Sportmaatje (hardlopen)
We liepen samen de Dam tot Damloop. Jan Willem had meer getraind dan ik en liep sneller, maar bleef bij me. Op kilometer acht zei hij: "Ik kom niet eerder aan dan jij." En dat deed hij niet. We finishten tegelijk.
“Ik kom niet eerder aan dan jij.”
Anna Bakker· Zwagerin
Elke kerst kwamen we bij Jan Willem en Marieke thuis. Jan Willem had de tafel gedekt alsof er koningin op bezoek was — servetten gevouwen als zwanen, kaarsjes, verse bloemen. En dan at hij zelf zwijgzaam aan het hoofd, genietend van de drukte om hem heen.
“Dit is waarvoor je het doet.”
Anna Bakker· Zwagerin
Ik twijfelde over een carrièrestap en vroeg Jan Willem wat hij zou doen. Hij luisterde aandachtig en zei uiteindelijk: "Anna, de vraag is niet wat ik zou doen. De vraag is wat jij nodig hebt om jezelf te vinden over tien jaar." Die omgekeerde vraag veranderde mijn perspectief.
“De vraag is niet wat ik zou doen. De vraag is wat jij nodig hebt.”
Anna Bakker· Zwagerin
Toen Jan Willem de diagnose kreeg, belde hij mij persoonlijk op — niet om troost te zoeken, maar om te vragen hoe het met mij ging. Ik was stomverbaasd. "Ik weet hoe dit nieuws ook op jou landt," zei hij. Die generositeit in die omstandigheid raakte me diep.
Anna Bakker· Zwagerin
Op de bruiloft van zijn dochter Lisa danste Jan Willem met haar op het podium — heel onhandig, heel enthousiast, en met een lach van oor tot oor. Lisa lachte en huilde tegelijk. De zaal deed mee. Het was het mooiste moment van de dag.
Gerard Vos· Buur
Jan Willem en ik hadden een heg die precies op de erfgrens stond. Om de twee weken snoeide een van ons hem. We beurtelden het zonder afspraak — het werkte gewoon. Bij het snoeien bleef je even hangen voor een praatje. Zo leer je je buurman kennen: niet bij een uitnodiging, maar bij een heg.
Gerard Vos· Buur
Na het overlijden van mijn vrouw was Jan Willem één van de weinigen die niet deed alsof het niet bestond. Hij zei: "Gerard, het gat verdwijnt niet. Maar je leert er omheen leven." Dat was eerlijker dan alle bemoedigende woorden die ik in die tijd hoorde.
“Het gat verdwijnt niet. Maar je leert er omheen leven.”
Gerard Vos· Buur
Elke keer als we op vakantie gingen, bood Jan Willem aan om de post op te halen en een oogje te houden. Hij deed het jarenlang, nooit een keer vergeten. Als we terugkwamen lag alles netjes gesorteerd op de deurmat. Kleine dingen die iemand groot maken.